dinsdag 10 maart 2009

Zand

Vorige week was Bent nog heel enthousiast aan het spelen met het water in de schaaltjes van mijn grote bloempotten. Met het water proberen grijpen en dan naar zijn mondje brengen. Boeiend leek het wel, ondertussen luidkeels zijn eigen verhalen aan het vertellen. Ik liet hem maar begaan - het is maar wat water. Was al blij dat hij de bloemaarde met rust liet.

Maar voor zo'n kleintje is de wereld en mijn huis op maandag één groot avontuur. Gisteren was hij was vrolijk taterend aan het rondkruipen. Ik zat even in de zetel, gerust dat er toch niet veel in de buurt en op zijn hoogte was met de rode vlag: 'gevaar voor kleine ukkepukken'. Tot het stil werd, te stil natuurlijk. En ja hij zat weer tussen de bloempotten, genietend van een grote gap aarde. Een volle handgreep had de weg naar zijn mond gevonden. Niet dat het lekker was, want hij begon te kokhalzen. Gevolg: zwarte snoet, zwarte tong, zwarte handjes en een vloer vol met spuug en aarde.

En ik keek ernaar en dacht even aan de wijze woorden van metje Panne, mijn schoonmama. Toen mijn oudste acht maanden was, gingen we voor de eeste keer naar het strand. We zetten haar neer in de hoop dat ze zou beginnen spelen met het emmertje en schepje. Ijdele hoop! Die speeltjes waren toch niks als er zoveel meer is? Sieska krijste het strand bij mekaar en vol enthousiasme schepte ze grote gappen wit zand met haar handjes die de weg vonden naar haar mond. En lekker dat dat was. Ze kreeg er niet genoeg van.
Wij jonge ouders in paniek: welke vieze ziektes kon ze hier niet oplopen? En wat met al die kattepis en hondepoep, vogelscheten en het rottend eten dat hier rondslingerde...
Tot metje heel rustig zei: "Kind trek het je niet zo aan. Om groot te worden moeten ze hun kilo's zand binnen hebben". Zij was boerin geweest en kon heerlijk relativeren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten